MontessorischoolNaaldwijk

Visie en uitgangspunten

Waar wij voor staan

  • Zelfverantwoordelijke personen
    Het doel is dat kinderen zichzelf ontwikkelen tot zelfstandige personen, die zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen en zich kritisch opstellen in hun leefomgeving en daarvoor ook de verantwoordelijkheid nemen. Kinderen worden gestimuleerd om hun eigen ontwikkeling vorm te geven. De leerkracht heeft hierbij de rol van begeleider.
  • Intrinsieke motivatie
    Van jongs af aan is in het kind een innerlijke wil (intrinsieke motivatie) aanwezig om zich te ontwikkelen, om op steeds meer gebieden zelfstandigheid te veroveren.
    Deze wil uit zich in de activiteiten van het kind, gericht op een volgende stap in de ontwikkeling. Juist de motivatie vanuit het kind zelf (en niet om ouders, leerkrachten, broertjes of zusjes te plezieren) leidt tot een optimale ontwikkeling.
  • Gevoelige periodes
    Kinderen ontwikkelen zich via "gevoelige periodes": d.w.z. dat in een bepaalde ontwikkelingsfase het kind gevoeliger is om een speciaal ontwikkelingsgebied sneller vorm te geven. Zo kunnen in de eerste levensfase van 0-6 jaar gevoelige periodes worden onderscheiden voor orde, ruimtelijke coördinatie motorische coördinatie taalontwikkeling en zintuiglijke ontwikkeling. Van 4 tot 9 jaar is de gevoelige periode voor het geheugen, van 7-12 jaar voor het verwerven van kennis over cultuur. Met het tiende jaar begint de gevoelige periode voor het redeneringsvermogen.
  • Individuele ontwikkeling
    De bovengenoemde gevoelige periodes komen niet bij elk kind op hetzelfde moment voor. Door goede observaties moet helder worden aan welke nieuwe stap in een bepaalde ontwikkelingsfase een leerling toe is. Kinderen ontwikkelen zich niet via een bepaald fictief gemiddelde. Soms gaat de ontwikkeling sneller, dan weer langzamer. Dat eigen ontwikkelingstempo moet de ruimte krijgen. Dat betekent dat optimaal rekening wordt gehouden met de individuele ontwikkeling van elke persoon.
  • Leerkracht als begeleider
    De bovengenoemde gevoelige periodes komen niet bij elk kind op hetzelfde moment voor. Door goede observaties moet helder worden aan welke nieuwe stap in een bepaalde ontwikkelingsfase een leerling toe is. Kinderen ontwikkelen zich niet via een bepaald fictief gemiddelde. Soms gaat de ontwikkeling sneller, dan weer langzamer. Dat eigen ontwikkelingstempo moet de ruimte krijgen. Dat betekent dat optimaal rekening wordt gehouden met de individuele ontwikkeling van elke persoon.
  • Sociale ontwikkeling
    In die structuur van al die individuele ontwikkelingen ontstaat er geen eilandenstructuur. De wijze van werken vraagt van alle kinderen een groot gevoel van rekening houden met elkaar. Om een ieder op eigen niveau met verschillende taken bezig te laten zijn is een grote mate van zelfdiscipline vereist. Kinderen geven elkaar de ruimte om rustig te kunnen werken.
    Daarnaast neemt het samenwerken van leerlingen een belangrijke plaats in. Het kan zijn dat een leerling het probleem van een andere leerling kan oplossen, dat ze samenwerken bij het maken van een project, bij het uitvoeren van een taak.

We leven in een samenleving waarin we met vele verschillen moeten leren omgaan. Dat betekent, dat onze maatschappij behoefte heeft aan mensen die, naast goede vakinhoudelijke kennis en vaardigheden, beschikken over goede communicatieve en sociale vaardigheden. Goed kunnen samenwerken en overleggen, zijn de 21 eeuwse vaardigheden die in onze samenleving gevraagd worden.

In ons onderwijs richten wij ons ook op het ontwikkelen van deze vaardigheden bij onze leerlingen, die uiteraard allemaal verschillend zijn.

Het doel is dat kinderen zichzelf ontwikkelen tot zelfstandige personen, die zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen en zich kritisch opstellen in hun leefomgeving en daarvoor ook de verantwoordelijkheid nemen. Het kind leert verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen omgeving (montessorimateriaal, tafel, lade, tablet, digibord, Google Chromebook), zijn eigen taak (zorgvuldigheid, netheid, werk af willen krijgen, nauwkeurig corrigeren) en leert vervolgens verantwoordelijk te zijn voor het eigen gedrag (aanspreekbaar zijn, naleven regels, weinig correctie nodig hebben, iets doen met aanwijzingen van de leerkracht, ruimte geven aan de ander, reflectie op eigen gedrag).

Het omgaan met verschillen sluit ook aan op de doelstelling van de Wet op het Primair Onderwijs, dat elk kind onderwijs zou moeten krijgen dat past bij zijn mogelijkheden.

In ons lesgeven onderscheiden we pedagogisch en didactisch handelen, hoewel beide facetten van ons werk feitelijk niet te scheiden zijn. Van belang daarbij is: oog hebben voor het individu, een open houding, wederzijds respect en een goede relatie waarin het kind zich gekend weet.

We streven naar onderwijs op maat voor elke leerling. Voor ons betekent dit dat we streven naar een goede afstemming tussen het niveau/hoeveelheid van de taken, de mogelijkheden van de leerling wat het kind zelf wil leren. Van jongs af aan is in het kind een innerlijke wil (intrinsieke motivatie) aanwezig om zich te ontwikkelen, om op steeds meer gebieden zelfstandigheid te veroveren. Juist de motivatie vanuit het kind zelf (en niet om ouders, leerkrachten, broertjes of zusjes te plezieren) leidt tot een optimale ontwikkeling.

Pedagogiek en didactiek zijn gericht op het kind “Helpen het zelf te doen”. De leerkracht voert instructies uit aan groepjes kinderen of aan individuele kinderen om het kind te helpen het zelf te gaan doen. 

We hanteren een goed (digitaal) observatie- en leerlingvolgsysteem waarmee we de ontwikkeling van elk kind kunnen volgen en zo kunnen inrichten, dat het kind de volgende stap kan maken.

We streven naar een zo groot mogelijke ontwikkeling bij alle leerlingen, inclusief hoge verwachtingen van de mogelijkheden van alle leerlingen.
We streven een groei na van elke leerling volgens hun eigen stijgende lijn, ook al ligt die hoger of lager dan gemiddeld en willen het kind hier ook inzicht in geven.
We gaan in gesprek met het kind en de ouders zijn daarbij. Zo voelt het kind zich verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces en gaat het kind zijn eigen doel voor ogen zien.
We benutten de beschikbare onderwijs- en leertijd maximaal.

Montessori spreekt over “Het kind is de bouwer van de mens”. We zullen de kinderen de kans moeten geven zich te ontwikkelen tot zelfstandige, zich verantwoordelijk voelende en mondige mensen, die zich voor een betere samenleving willen en kunnen inzetten. Daarom hechten wij als school zeer veel waarde aan de verzorging van een goed pedagogisch klimaat. Ons pedagogisch klimaat heeft alles te maken met:

Een sfeer die maakt dat kinderen met plezier naar school gaan, zich veilig en geaccepteerd voelen, zichzelf kunnen zijn, belangstelling hebben voor elkaar en elkaar accepteren zoals ze zijn.

Een sfeer waar de leerkracht er is als persoon, oor en oog heeft voor de kinderen, kinderen accepteert met hun eigenaardigheden, met plezier les geeft, kinderen kan aanspreken op hun verantwoordelijkheden.
De wijze waarop de onderwijsgevenden met elkaar omgaan en zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het welzijn van kinderen.

Alle uitgangspunten vallen onder onze drie hoofd speerpunten:

zorg goed voor de omgeving.
zorg goed voor de ander.
zorg goed voor jezelf.